het dagboek van zelie

alles wat ik op wil schrijven

op schoolreis met ter leie

wij zijn met de bus een beetje langer dan een uurtje gereden en dan waren we bij het kabouterbos, en daar waren twee mensen aan het wachten en dan moesten we aan een bankje staan en dan was dat zo dat die ene wegging naar het schuurtje en dan zei die “ik ben muzi”, die andere die niet weggegaan was, “en mijn zus is suzi”.

leuke naampjes hé?

en dan kwam suzi terug en ze fluisterde iets in het oor van muzi en dan zei die: “oooo da’s niet leuk, dat mag niet! kom, jij moet meekomen!”

en dan draaide ze een rondje en ze zette die andere in een hoek: “en jij moet in de hoek blijven!”

en weet je wat die gezegd heeft? die zei zo van “jij bent een domme domme zus!”

dat mag niet hé?

en dan zeiden wij “nee!”

en dan begon het te regenen. en dan hebben we in de bus weer gestapt en we zijn naar De Pinte gegaan en we zijn daar in het speelhuis gegaan, en daar hebben we eerst een koekje gegeten en een beetje gedronken. en dan zijn we naar de voorstelling geweest en dan hebben we daar iets hééél moois gezien: dat was zo’n tuin en daar woonde muzi in, die ook daarnet er was. en die had een heel mooit tuintje, vol met bloemetjes, en ze noemda dat het parkje en alle kindjes kwamen daar spelen.

en ze zei zo: “kijk eens al die appartementen rond ons, dat is van meneer beton, en die is heel rijk, en die heeft al die appartementen gekocht en sommige ook gebouwd.”

en nicky, het kindje van meneer beton, die had superveel speelgoed en die wou dat tuintje kapotmaken van muzie, en dan hed die daar grote witte spinnen gezet, en muzi was bang.

en dan hebben ze alles kapotgemaakt, en op het einde moest meneer beton alles opruimen, en dan zei die: “hé maar dat is niet eerlijk!”

“ja, je moet het opruimen,” zei nicky.

en dan moest meneer beton alles betalen om het weer goed te maken, en hij moest alles opkuisen.

en dan hebben we op een treintje gezeten en we hebben daar heel lang gereden: we hebben een half uur en drie kwartier gereden in dat klein treintje!

en dan hebben we toch door het kabouterbos gegaan, met het treintje. maar we hebben de kabouters niet gezien.

en dan waren we weer terug en we hebben boterhammen gegeten.

na de boterhammetjes zijn we op de speeltuin geweest en dan heb ik mijn drinken gans alleen opgedronken, in twee keer. en dan moesten we naar de opvang en dan kregen we elk een lekstok van de juf.

Vorige

ik begin weer te schrijven: gisteren

Volgende

een sprookje

Geef een reactie

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén