Iedereen heeft eerst een portret gemaakt van zichzelf, en dan moesten we raden wie dat wie was. En sommige dingen wisten ze niet, maar heel veel kindjes wisten hoedat mijn portret eruitzag.

Ik heb zo mijn neus gemaakt, gans mijn neus, en die ging zo door naar mijn wenkbrauwen, en iedereen wist dat ik dat was.

Morgen gaan we dat nog eens doen, maar dan gaan we niet meer schilderen maar dan gaan we gewoon de namen zeggen.